Er is iets verschoven in me. Onder een alomvattende modderstroom ben ik op mijn knieën gedwongen. Dat heeft mijn harde, beschermende zilveren kern, die ooit weggestopt in mijn onderbuik huisde, uit de modder geschud. Ze is opnieuw, als een oude welkome vriendin, voel- en zichtbaar gemaakt.

Elke ochtend dat ik wakker word, tuimelen de woorden en gedachtes als een groep kleine, luid schetterende kinderen in de speeltuin over elkaar heen. Sneller, hoger, verder.

Wat ben ik goed in het denken, het analyseren, het onderzoeken. En tegelijkertijd ervaar ik een intens voelen. Ik wil het leven doorgronden door mijn denken, door mijn voelen, en ik wil begrijpen hoe alles in elkaar zit: een niet te stillen honger naar kennis.

“Als je moest kiezen, wat zou je dan kiezen, doof of blind?” Een vraag die alleen kinderen stellen, en die mij lang heeft beziggehouden, naast nog zoveel andere vragen. Ik was en ben een hongerig wezen. Wat als je niets meer zou zien, en wat als je niets meer zou horen? Ik zie de overeenkomst met het nu. Wat als je moest kiezen: denken of voelen? En ik besef opnieuw de onmogelijkheid van de keuze.

Ik wilde de wereld begrijpen, en begrijpen is de wereld beheersen. Deze drang voel ik alleen onder mensen; zodra ik in de natuur ben, is die weg, voel ik me veilig en kan ik me volledig overgeven. Een bijna religieus op de knieën gaan, een volledig loslaten en durven zijn. In de bossen ruik ik het mos, voel ik het soms het allesdoordringende vocht, zie ik het licht veel intenser, zie ik jonge kastanjebruine reeën vol verwondering met grote ogen en grote bonte spechten die meebewegen met mijn ritme. Aan zee voel ik de bries. Ik zak weg en het zand sluit zich over mijn voeten. Ondertussen kijk ik gedachteloos naar de dans van de strandpleviertjes. In de bergen wacht aan de andere kant altijd iets om ontdekt te worden. De bergen maken me ook nederig, vooral tijdens de nachtelijke onweersbuien die me volledig kunnen overvallen. De oorverdovende donder rolt langs de bergkammen, sterft ergens langzaam weg en maakt elke slaap onmogelijk.

Hardop heb ik uitgesproken dat de studie psychologie aan de OU onbetaalbaar is geworden. Ik besef nu dat het niet alleen de hoge kosten zijn, het slijk der aarde, maar ook het beknot worden in het dwarsdenken. Ik wil vrij vliegen, ik wil kunnen ademen.

Ik laat alle controle los die er is. Er is geen controle, alleen een zijn. Pas als je dat als mens doorgrondt, ook voorbij de maatschappelijke zekerheid, is er een schitterende ruimte die alles in zich heeft wat de natuur me gratis geeft. Tenminste als we er zuinig op zijn.

De tegenstrijdigheid van wat ik hier schrijf, ontgaat me niet. Als een verschrikte kat kijk ik in de koplampen van de naderende auto, eerst te verstijfd om te vluchten. Uiteindelijk ren ik weg van iets wat me volledig en onomkeerbaar zou hebben teruggebracht tot een slecht herkenbare blob op het wegdek. Zelfs de kleur van mijn haar zou onzichtbaar zijn voor wie me op dat wegdek opmerkt. Veel auto’s zouden eroverheen denderen, met hooguit een lichte hobbel, tot de reinigingsdienst me zou wegschrapen en ik definitief zou zijn uitgegumd.

En ik voel dat wat op wegvluchten lijkt, geen vluchten is en geen overleven, maar eerder een weten, een doorvoelen, en het lef om een andere weg in te slaan. Mijn denken en voelen komen weer in evenwicht.